Gids
Je logo aanleveren voor drukwerk: zo wordt het scherp
De meeste drukproblemen ontstaan niet in de drukkerij maar bij het aanleveren. Dit artikel legt uit welk bestand je nodig hebt en waarom een logo van je website meestal niet volstaat.
Waarom een vectorbestand bijna altijd wint
Een vectorbestand (PDF, AI of EPS) beschrijft je logo als vormen en lijnen, niet als een raster van pixels. Daardoor blijft het scherp op elk formaat: hetzelfde bestand kan op een zakje van 13 bij 13 centimeter én op een poster op A3. Een JPG of PNG heeft een vaste hoeveelheid pixels; vergroot je die, dan vergroot je de pixels mee en wordt de rand zichtbaar rafelig. Op een scherm valt dat nauwelijks op, op papier meteen. Heb je ooit een logo laten ontwerpen, vraag de ontwerper dan om de vectorversie — die bestaat vrijwel altijd, ook als je zelf alleen een PNG in gebruik hebt.
Heb je alleen een JPG of PNG?
Dat hoeft geen showstopper te zijn, maar de maat is dan bepalend. Vuistregel: het bestand moet op ware grootte ongeveer 300 pixels per inch halen. Een logo dat je op 4 centimeter breed wilt afdrukken, heeft dus zo'n 470 pixels breedte nodig — en dan gaat het om het logo zelf, niet om de hele afbeelding waarin het staat. Een logo dat je van je eigen website plukt is meestal een paar honderd pixels breed en op een scherm bedoeld; op drukwerk is dat vaak net te weinig. Twijfel je, stuur het gerust mee: wij controleren elk bestand vóór productie en laten het weten als het knelt.
Kleur: je scherm liegt een beetje
Een beeldscherm maakt kleur met licht (RGB), een drukpers met inkt (CMYK). Sommige schermkleuren — felle blauwen, neongroen, knalorranje — bestaan simpelweg niet in inkt en komen er iets doffer uit. Dat is geen fout, dat is natuurkunde. Werk je met een huisstijlkleur die exact moet kloppen, geef dan de kleurcode door (bijvoorbeeld een PMS- of CMYK-waarde) in plaats van te vertrouwen op wat je op je scherm ziet. En bedenk dat papier meespeelt: dezelfde inkt oogt anders op ongestreken vetvrijpapier dan op gestreken flyerpapier.
Wit is geen inkt
Een klassieke verrassing: het witte deel van je logo wordt niet gedrukt, dat is gewoon de kleur van het papier. Op wit papier merk je daar niets van. Maar heb je een logo met een witte letter in een gekleurd vlak, dan moet dat gekleurde vlak echt mee worden gedrukt — anders valt de letter weg. Lever je logo daarom aan zoals het gedrukt moet worden, inclusief achtergrondvlak, en niet als losse witte vorm op een transparante achtergrond.
Werk op de juiste maat: gebruik de werktekening
Voor de meeste producten staat er een werktekening klaar: een sjabloon met de exacte afmetingen, de snijlijnen en de ruimte die je vrij moet houden. Ontwerp je daarin, dan weet je zeker dat er niets wegvalt bij het snijden en dat belangrijke elementen niet te dicht op de rand staan. Loopt je ontwerp door tot aan de rand, houd dan een paar millimeter afloop aan — dat is de speling die het snijproces nodig heeft. De sjablonen vind je per product en per formaat op de pagina Werktekeningen.
De drukproef is je laatste controle
Na je bestelling maken wij een digitale drukproef: precies zoals het gedrukt wordt, op het formaat dat je hebt gekozen. Die keur je online goed, en pas daarna gaat het in productie. Neem dat moment serieus — het is de goedkoopste plek om een typefout, een verkeerde telefoonnummer of een te klein logo te ontdekken. Kijk vooral naar de dingen die je ontwerpprogramma niet voor je controleert: kloppen de gegevens, staat alles op de goede plek, en is de kleinste tekst nog leesbaar?
De vijf meestgemaakte fouten
Eén: een logo van de website gebruiken dat te weinig pixels heeft. Twee: tekst zo klein zetten dat hij op papier dichtloopt. Drie: belangrijke elementen tot tegen de snijrand plaatsen. Vier: aannemen dat de schermkleur exact de drukkleur wordt. Vijf: de drukproef vluchtig goedkeuren omdat het toch al besteld is. Alle vijf zijn ze vooraf op te lossen, en alle vijf kosten ze anders een herdruk.